Cijfers & Feiten

Kijk bij Organisatie / Vacatures

Per 1 januari 2015 is de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking getreden. Het doel van deze wet is om de rechtspositie van flexibele werknemers te verstevigen: werknemers met een tijdelijk contract, oproepkrachten, uitzendkrachten en payrollmedewerkers. De Wwz wordt in fasen ingevoerd. Zo zijn er op 1 juli 2015 ook weer nieuwe regels ingegaan voor de zogeheten ketenbepaling bij tijdelijke contracten.

Wat is de ketenbepaling?

De ketenbepaling is een regel die de verlenging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (de 'tijdelijke contracten') aan banden legt. Werkgevers mogen dus niet onbeperkt tijdelijke contracten sluiten (met dezelfde werknemer). Wat gebeurt er namelijk: overschrijdt de werkgever het aantal toegestane tijdelijke contracten, dan verandert het laatste contract automatisch in een vast contract. Opletten geblazen dus voor werkgevers!

De regels tot 1 juli 2015

Tot 1 juli 2015 waren de volgende regels voor tijdelijke contracten van kracht:Sloten werkgever en werknemer meer dan 3 tijdelijke contracten achter elkaar (of met onderbrekingen van 3 maanden of korter), dan werd het 4e contract automatisch een vast contract (arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd).

  • Was de totale duur van de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten langer dan 3 jaar? Dan ging het contract automatisch over in een vast contract.
  • Sluiten werkgever en werknemer meer dan 3 tijdelijke contracten achter elkaar (of met onderbrekingen van 6 maanden of korter) sluiten, dan wordt het 4e contract automatisch een vast contract (arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd). Deze ketenbepaling geldt ook al voor 1 juli 2015. Een reeks van opvolgende tijdelijke contracten wordt een keten genoemd.
  • Is de totale duur van de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten langer dan 2 jaar? Dan gaat het contract automatisch over in een vast contract. Dit was 3 jaar.


Duur van de contracten
Het maakte niet uit hoe lang de tijdelijke contracten duurden. Sloot de werkgever bijvoorbeeld steeds contracten van 2 maanden, dan gold de regel ook. Het 4e contract werd dan vanzelf een vast contract.

Pauzes tussen de contracten
Zaten er pauzes ('onderbrekingen') tussen de contracten in? Dan telden die pauzes mee in de berekening van de periode van 3 jaar als die 3 maanden of korter duurden. Duurde de onderbreking langer dan 3 maanden, dan werd de keten verbroken. Dat betekende dat de telling van de contracten en de periode van 3 jaar dan opnieuw startte.

De regels na 1 juli 2015

Zoals gezegd zijn de regels voor de ketenbepaling als gevolg van de Wwz per 1 juli 2015 veranderd. Nu gelden de volgende regels voor tijdelijke contracten:

Duur van de contracten
Het maakt niet uit hoe lang de tijdelijke contracten duren. Sluit de werkgever bijvoorbeeld steeds contracten van 2 maanden, dan geldt de regel ook. Het 4e contract wordt dan vanzelf een vast contract.

Pauzes tussen de contracten
Zitten er pauzes ('onderbrekingen') tussen de contracten in? Dan tellen die pauzes mee in de berekening van de periode van 2 jaar als die 6 maanden of korter duren. Duurt de onderbreking langer dan 6 maanden, dan wordt de keten verbroken. Dat betekent dat de telling van de contracten en de periode van 2 jaar dan opnieuw start.

Afwijken bij cao?
In de cao kunnen andere, ruimere regels zijn opgenomen. Bijvoorbeeld dat het vanwege de bedrijfsvoering nodig is om meerdere tijdelijke contracten te kunnen sluiten, of voor een langere periode dan 2 jaar.
Voor cao's die voor 1 juli 2015 bestaan en die na deze datum nog doorlopen, geldt bovendien een overgangsregeling.
Deze regeling duurt tot 1 juli 2016.

De Tweede Kamer heeft op 16 juni jl. besloten toepassing van het 6% btw-tarief op verbouwingen en renovaties niet (nogmaals) te verlengen. Hiermee komt per 1 juli 2015 definitief een einde aan de toepassing van het 6%-tarief op de arbeidscomponent bij renovatie- en herstelwerkzaamheden van woningen die ouder zijn dan twee jaar. Dit geldt voorlopig echter niet voor schilder-, stukadoors- en isolatiewerkzaamheden aan dergelijke woningen. Oók na 1 juli 2015 kunnen deze werkzaamheden met toepassing van het verlaagde btw-tarief worden verricht.

Btw op renovatie en herstel woningen weer naar 21%
De kogel is door de kerk. Ondanks verwoede pogingen van diverse organisaties, zoals Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra en CNV Vakmensen, om de huidige regeling (nogmaals) te verlengen is het einde van de termijn nu daadwerkelijk in zicht. Dat betekent dat de btw op de arbeidscomponent van renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen na 1 juli 2015 weer wordt verhoogd naar 21%.

Verlaagd tarief van toepassing 
Het moment waarop de verbouwing of renovatie is afgerond is bepalend voor het antwoord op de vraag of het 6%-tarief van toepassing is. Zie voor meer informatie ook ons bericht: Einde 6%-tarief op herstel- en renovatiewerkzaamheden daadwerkelijk in zicht?

Hiermee komt voorlopig echter geen einde aan de toepassing van het 6%-tarief voor schilder-, stukadoors- en isolatiewerkzaamheden aan woningen die ouder zijn dan twee jaar.

De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat als de schilder-, stukadoors- of behangwerkzaamheden deel uitmaken van een bepaald aannemingswerk, dat zij voor de tarieftoepassing dan mogen worden afgesplitst van de aanneemsom waardoor deze werkzaamheden óók na 1 juli 2015 tegen het 6%-tarief belast blijven. Voorwaarde is dat de werkzaamheden op de door de aannemer uitgereikte offerte en factuur wordt afgesplitst van het overige werk.

Het 6%-tarief voor isolatiewerkzaamheden geldt – net als nu bij verbouwingen renovatie – alleen voor de arbeidscomponent. Ook bij het aanbrengen van (isolatie)glas en bij schilrenovatie kan het 6%-tarief (deels) worden toegepast (aanbrengen van isolerende gevelelementen).

Wij adviseren om per 1 juli 2015 een duidelijk onderscheid op de factuur te (laten) maken tussen het verrichten van renovatie- en herstelwerkzaamheden van woningen (21%-tarief) en schilder-, stukadoors- en isolatiewerkzaamheden aan bestaande woningen (6%-tarief).

Voor de schilder- en stukadoorswerkzaamheden geldt bovendien dat het gebruikte materiaal mag worden meegenomen onder het 6%-tarief.

 

D66, VVD en PvdA hebben onlangs in de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel ingediend tot inperking van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten. Het wetsvoorstel raakt ook het erfrecht omdat het huwelijksgoederenrecht mede de omvang bepaalt van het te verdelen vermogen. Voor een ieder die van plan is te gaan trouwen zonder het maken van huwelijkse voorwaarden en met name voor ondernemers en directeuren-grootaandeelhouders is  het wetsvoorstel van belang omdat het wetsvoorstel een substantiële wijziging inhoudt ten opzichte van de bestaande praktijk.

Wat betekent dit voor u? In het wetvoorstel wordt voorgesteld dat voorhuwelijks (ondernemings)vermogen in beginsel privévermogen is, tenzij de partners er uitdrukkelijk voor kiezen via huwelijkse voorwaarden dat dit vermogen tot de gemeenschap behoort. Een ander belangrijke wijziging betreft het recht van terugneming bij faillissement van een van de echtgenoten. Deze onderdelen behandelen we verderop in dit bericht onder punten 3 en 4.

Voor bestaande huwelijken in algehele gemeenschap van goederen geldt overgangsrecht waarbij het bestaande huwelijksgoederenregime wordt gerespecteerd en verandert er in principe niets. Alleen als partners na inwerkingtreding van de wet trouwen dan wel al gehuwd zijn maar hun huwelijksgoederenregime wijzigen, is de wettelijk beperkte gemeenschap van goederen van toepassing.

Een gift of erfenis (inclusief de vruchten) valt na invoering van het wetsvoorstel niet langer in een nieuwe gemeenschap van goederen. Daarmee is de ‘uitsluitingsclausule’ de standaard geworden. Indien u als erflater of schenker wenst dat een erfenis of gift alsnog in een gemeenschap wordt betrokken, kan in plaats van de huidige uitsluitingsclausule een ‘insluitingsclausule’ worden overwogen. Uw keuze blijft daarin ten opzichte van de echtgenoten leidend.

Geregelde zaken van het wetsvoorstel

  1. Beperkte gemeenschap van goederen Een beperkte gemeenschap van goederen wordt het uitgangspunt van het voorgestelde huwelijksgoederenregime. Dit houdt in dat bij het huwen in gemeenschap van goederen alleen hetgeen beide echtgenoten tijdens het huwelijk hebben opgebouwd, standaard in de gemeenschap zal vallen. Het voorhuwelijkse vermogen, giften en erfenissen blijven privévermogen. Onder het huidige huwelijksgoederenregime betreffende de wettelijke algehele gemeenschap van goederen is dit anders. Daarbij vallen alle bezittingen en schulden van de echtgenoten in de algehele gemeenschap, óók die van de voorhuwelijkse periode, tenzij de echtgenoten voorafgaande aan het huwelijk huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld.
  2. Bewijsvermoeden voor betwiste privégoederen Voor het met succes kunnen claimen dat bepaalde goederen tot het privévermogen van een van de partners behoort, moeten de echtgenoten dat administreren. Doen zij dat niet en kunnen beide partners niet bewijzen dat de betwiste goederen behoren tot het privévermogen van een van hen, dan geldt het bewijsvermoeden voor de toewijzing van de goederen. De goederen worden dan geacht tot de gemeenschap te behoren. De initiatiefnemers verwachten dat het bewijs in het huidige digitale tijdperk (elektronische bankafschriften en social media) ook zonder het voeren van een administratie vrij gemakkelijk geleverd kan worden.
  3. Voorhuwelijks ondernemingsvermogen Een ander belangrijk onderdeel betreft de mate waarin voorhuwelijks ondernemingsvermogen van één van de echtgenoten in de gemeenschap valt. Als dat vermogen tot de gemeenschap behoort, zijn beide echtgenoten tot de helft gerechtigd tot dit vermogen en wat met de onderneming wordt verdiend. Blijft dit ondernemingsvermogen buiten de gemeenschap omdat de onderneming bijvoorbeeld al bestond voor het huwelijk dan komen vergoedingen in de vorm van winsten of verliezen van de onderneming ten bate of ten laste van de gemeenschap voor zover dat in het maatschappelijk verkeer als redelijk wordt ervaren. Hetzelfde uitgangspunt geldt als de onderneming niet op eigen naam maar bijvoorbeeld in bv-vorm of in firmaverband wordt uitgeoefend.
  4. Faillissement Het recht op terugneming van alle niet in de gemeenschap vallende goederen bij faillissement van een van beide echtgenoten wordt nader geregeld. De echtgenoot die bij faillissement van de andere echtgenoot stelt dat een goed hem of haar in privé toebehoort, draagt hiervan de bewijslast.
  5. Verhaal van privéschuldeisers Het wetsvoorstel regelt ook het verhaal van privéschuldeisers op de gemeenschapsgoederen. Zij zijn gerechtigd tot de helft van de opbrengst van het uitgewonnen goed. Als de andere echtgenoot die helft aan de schuldeiser vergoedt uit het eigen vermogen, wordt dat goed een privégoed van die echtgenoot en is dat goed niet meer uitwinbaar door privéschuldeisers van de schulden hebbende echtgenoot.
  6. Interne draagplicht De interne draagplicht voor schulden bij ontbinding van de gemeenschap wordt aangepast in de situatie waarbij het saldo van de te ontbinden gemeenschap negatief is. Het schuldsaldo wordt dan toegedeeld aan de echtgenoot van wiens zijde de schulden in de gemeenschap zijn gevallen en voor zover de aard van de schulden niet tot een andere draagplicht leidt.

Achtergrond wetsvoorstel Doel van het wetsvoorstel is volgens de initiatiefnemer om het huwelijksgoederenrecht beter te laten aansluiten bij wat de meerderheid van de bevolking wenselijk vindt als echtgenoten tot scheiding besluiten en vervolgens tot verdeling van de goederen willen overgaan. In de samenleving heerst nu overwegend de opvatting dat wat door de inspanning van beide echtgenoten tijdens het huwelijk wordt verworven, aan hen beiden toekomt. Ook internationaal gezien loopt Nederland met de ingeperkte gemeenschap van goederen meer in de pas.

Inwerkingtreding De wet treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking.

Bron: PwC, Wetsvoorstel tot inperking wettelijke gemeenschap van goederen ingediend. 21 juli 2014

De staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd dat de Belastingdienst de controle aan op btw-teruggaafverzoeken in het MKB gaat aanscherpen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de behandeling van de individuele negatieve norm (verzoeken om teruggaaf door bedrijven), de behandeling van de balansschulden (vergelijking tussen de omzetschuld van de winstaangifte en de werkelijk afgedragen omzetbelasting) en behandeling van de aangiften met aftrek voorbelasting zonder omzet.

Staatssecretaris van Financiën Wiebes doet deze uitlatingen in een brief aan de Tweede Kame rwaarin hij vragen over zijn “Brede agenda” voor de Belastingdienst beantwoordt. Op de vraag op welke gebieden binnen de fiscaliteit de verwachte opbrengst van meer controles het grootst is, geeft Wiebes aan dat een aantal gebieden is geselecteerd bij de intensivering van het toezicht en de invordering. Daarvan maakt de aanscherping van btw-aangiften in het MKB deel uit (zie pag. 4 van het document).

Mocht u vragen of opmerkingen over dit onderwerp hebben, dan kunt u uiteraard altijd contact opnemen met uw btw-adviseur.

Bron:http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/06/19/antwoorden-op-de-vragen-n-a-v-brief-brede-agenda-belastingdienst.html

19-11-2013 09:07              Ministerie van Financiën      

Op 18 november opende Staatssecretaris Weekers het Landelijk Incasso Centrum van de Belastingdienst. Met deze opening zet de Belastingdienst een nieuwe stap in de verbetering van het invorderingsproces. Het Landelijk Incasso Centrum komt in actie als de belastingbetaler de herinnering, de aanmaning en het dwangbevel op de aanslag heeft genegeerd.

Het incassobureau probeert te komen tot een telefonisch incasso of een betalingsregeling. In 75% van de telefoongesprekken lukt dit, met een gemiddeld bedrag van duizend Euro. Weekers: ‘Een vriendelijk telefoontje met een welwillende belastingbetaler werkt beter dan een dreigende brief’.

Mensen die wel kunnen maar niet willen betalen, komen bij het Landelijk Incasso Centrum op een “watch list dubieuze debiteuren”. Als blijkt dat wanbetalers weer loon krijgen of een boot of huis kopen dan wel een erfenis krijgen, wordt door de dienst direct beslag gelegd.

De fiscus maakt dus een duidelijk onderscheid tussen de welwillende belastingbetaler en de wanbetaler. Die laatste moet weten dat de Belastingdienst een lange arm en een nog langere adem heeft. En het Landelijk Incasso Centrum dat op 18 november officieel werd geopend, draagt daar een behoorlijke steen aan bij.

Vanaf 1 maart 2013 geldt voor de renovatie en het herstel van woningen het verlaagde btw-tarief. Deze maatregel zou eindigen op 1 maart 2014. In de begrotingsafspraken die eind vorige week zijn gemaakt door het kabinet, de coalitie en enkele oppositiepartijen is afgesproken de tijdelijke btw-verlaging te verlengen tot eind 2014.

Volgens Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, laat de politiek met deze afspraak zien dat ze de noodzaak van de verlenging inziet voor behoud van werk in de bouwsector. “In 2014 krijgt de bouw daardoor niet te maken met een omzetdaling van 40 miljoen euro, maar in plaats daarvan met een omzetstijging van 360 miljoen euro. Dat levert ook weer 3.000 banen op”, aldus Verhagen.

Zie 5.2 voor meer informatie over de toepassing van het 6%-tarief op de renovatie en het herstel van woningen ouder dan twee jaar.

Bron: ANP

september 2013 

Het kabinet heeft op 3 september 2013 het wetsvoorstel Wet hervorming kindregelingen naar de Tweede Kamer gezonden. De hervorming van de kindregelingen maakt onderdeel uit van hetregeerakkoord van het huidige kabinet. Door het wetsvoorstel worden elf bestaande kindregelingen met financiële ondersteuning voor de ouders gestroomlijnd, versoberd en teruggebracht naar de volgende vier reeds bestaande regelingen:

  • Kinderbijslag Dit is een inkomensonafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderen. De wijziging in deze regeling betreft het verdwijnen van de differentiatie van de kinderbijslag naar leeftijd. Voor alle kinderen, ongeacht de leeftijd van het kind, krijgen ouders
  • vanaf 1 juli 2016 70% van het huidige basiskinderbijslagbedrag. De huidige percentages zullen stapsgewijs worden afgebouwd. Verder wordt het basiskinderbijslagbedrag in juli 2014 en in heel 2015 niet geïndexeerd. 
  • Kindgebonden budget Dit is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderen, waarvan de hoogte afhankelijk is van het huishoudtype (alleenstaande ouder of niet). De wijzigingen in deze regeling betreffen de volgende. Per 1 januari 2015
  • komt een ‘alleenstaande-ouderkop’ in het kindgebonden budget van maximaal € 2.800 per jaar. Daarmee komt het verschil in de inkomensondersteuning uit het kindgebonden budget voor alleenstaande werkende ouders en alleenstaande ouders met een uitkering
  • te vervallen. Het gaan werken vanuit een uitkeringssituatie wordt daarmee aantrekkelijker gemaakt. De huidige inkomensgrens van het kindgebonden budget van € 26.147 gaat omlaag naar (naar verwachting bij invoering in 2015) € 19.767. Bij een toetsingsinkomen
  • van de ouder en zijn partner van meer dan de inkomensgrens wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat verminderd. (Momenteel is dat: 7,6 procent van het verschil tussen het gezamenlijke toetsingsinkomen en € 26.147). Er geldt ook vermogensgrens voor het kindgebonden budget. Momenteel (jaar 2013) bedraagt deze € 80.000 plus het heffingsvrije vermogen in box 3. Dit betekent voor een alleenstaande een vermogenstoets van € 101.139 per huishouden. De waarde van de eigen woning wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
    Het eerste kindbedrag in het kindgebonden budget gaat met € 29 omhoog naar € 1.046. Het tweede kindbedrag wordt verhoogd met € 510 naar maximaal € 1.046 per 1 januari 2015. De kindbedragen voor het derde en volgende kind blijven gelijk en bedragen respectievelijk
  • € 183 en € 106.
    In verband met de afschaffing van de wettelijke regeling voor gratis schoolboeken (per schooljaar 2015-2016) gaat het kindgebonden budget omhoog. Ouders met schoolgaande kinderen tussen 12 en 17 jaar krijgen vanaf 1 augustus 2015 € 175 per jaar extra erbij.
  • Het kindgebonden budget gaat vanaf 1 augustus 2015 met € 116 per jaar omhoog voor ouders die thans een tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS 17-) ontvangen voor kinderen in het middelbaar beroepsonderwijs en met een leeftijd van 16 en 17 jaar.
  • Combinatiekorting Deze kindregeling betreft een (fiscale tegemoetkoming voor extra kosten door combinatie van werk en zorg voor kinderen. Deze regeling wordt niet gewijzigd.
  • Kinderopvangtoeslag  Deze kindregeling betreft een specifieke compensatie voor de kosten van kinderopvang. Deze regeling wordt niet gewijzigd.

Verdwijnende kindregelingen De volgende kindregelingen verdwijnen: ouderschapsverlofkorting (per 1 januari 2015); De ouderschapsverlofkorting voorziet in een financiële bijdrage van de overheid voor het inkomensverlies als gevolg van opname van ouderschapsverlof in de vorm van een heffingskorting in de inkomstenbelasting.

aftrek levensonderhoud voor kinderen (per 1 januari 2015); De aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen geeft ouders van kinderen jonger dan 21 jaar waarvoor geen recht op kinderbijslag bestaat of waarvan het kind zelf geen recht heeft op studiefinanciering e en forfaitaire aftrek per kwartaal voor de kosten van levensonderhoud. verschillende ‘20%-aanvullingsregelingen’ voor alleenstaande ouders in diverse uitkeringen (waarbij alleenstaande ouders 90% en alleenstaanden 70% van het referentieminimumloon krijgen) vervallen en worden vervangen door de alleenstaande-ouderkop in het kindgebonden budget. Het betreft alleenstaande ouders met een uitkering krachtens de WWB (bijstand), IAOW, IAOZ, AOW of Anw. aanvullende) alleenstaande-ouderkorting, (per 1 januari 2015); gratis schoolboeken (zie laatste onderdeel van het kindgebonden budget).

Overgehevelde kindregelingen De volgende kindregelingen worden ondergebracht in een van de overblijvende kindregelingen met een vergelijkbaar doel: tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG), De Tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen van 3 tot 18 jaar (hierna: TOG) bedraagt momenteel € 863 per kind per jaar.

De regeling zal met ingang van 1 juli 2015 worden geïntegreerd worden in de dubbele kinderbijslag. Voor thuiswonende gehandicapte kinderen krijgen ouders in de toekomst ook recht op twee maal het kinderbijslagbedrag. De voorwaarden voor de tegemoetkoming in kosten voor thuiswonende gehandicapte kinderen zullen nog nader worden bezien. De extra tegemoetkoming voor alleenverdieners (TOGplus) komt te vervallen per 1 januari 2015. De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) wordt overgebracht naar het kindgebonden budget.

Diverse regelingen voor alleenstaande ouders betreffende de aanvulling op het minimuminkomen worden overgebracht naar het kindgebonden budget (zie hierboven). Daarnaast wordt de toeslag voor eenoudergezinnen in de studiefinanciering (€ 5.467) verminderd met dit bedrag van de alleenstaande-ouderkop.

Het wetsvoorstel is ook een versobering van de kindregelingen. Zo beoogt het kabinet met het onderhavige wetsvoorstel een bezuiniging te bereiken van € 800 mln op jaarbasis vanaf 2018. Het wetsvoorstel treedt naar verwachting op 1 januari 2015 in werking. Diverse maatregelen uit het wetsvoorstel treden op een andere datum in werking. Bron: Tweede Kamer, 3-9-2013, 33716 nrs 1, 2 en 3.

Bron: www.nl.pwc.com

Vanaf 1 januari 2014 stuurt de Belastingdienst geen Aangiftebrief omzetbelasting meer. De acceptgiro bij de aangiftebrief verdwijnt ook. Dit gebeurt al in december 2013.

Ondernemers voortaan zelf in de gaten houden dat ze op tijd aangifte doen en betalen. Wanneer dit is kunnen ze zien in het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst. Hier vindt men ook het betalingskenmerk. Ook kan men dezoekhulp betalingskenmerk gebruiken.

Overzicht belangrijke gegevens

Om de overgang makkelijker te maken stuurt de fiscus de ondernemer begin januari 2014 een overzicht met de volgende gegevens toe:

  • aangiftetijdvakken
  • uiterste inlever- betaaldatums
  • betalingskenmerken

Bron: http://www.accountancynieuws.nl 08-07-2013

Begin dit jaar werd al bekend dat de Afdrachtvermindering onderwijs (WVA-onderwijs) in haar huidige vorm wordt afgeschaft. Minister Bussemaker maakte al eerder het kabinetsvoornemen kenbaar om de Afdrachtsvermindering-onderwijs per 1 januari 2014 om te vormen tot een subsidieregeling met gerichte subsidies. De nieuwe Subsidieregeling praktijkleren, waarvoor € 200 miljoen wordt gereserveerd, zal uitgevoerd worden door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Reden voor de wijziging zijn de explosief gestegen kosten voor de WVA-onderwijs, die in de afgelopen jaren waren verdubbeld naar ongeveer € 400 miljoen. Onlangs werd op verzoek van de Kamer meer bekendgemaakt over de invulling van de nieuwe regeling.

Bron: www.accountancynieuws.nl 17-6-2013

Ondernemers kunnen van 1 juli 2013 tot het einde van dit jaar direct tot de helft van nieuwe bedrijfsinvesteringen afschrijven en van de belasting aftrekken. Hierdoor kunnen ondernemers hun belastingafdracht de komende jaren verminderen. Dit levert extra ruimte om te investeren ter grootte van 400 miljoen euro. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Weekers van Financiën en minister Kamp van Economische Zaken.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek daalden de bedrijfsinvesteringen in het eerste kwartaal van 2013 met bijna 8%, het Centraal Planbureau verwacht voor heel 2013 een krimp van 10%. ‘Een dergelijk krimp is zorgwekkend’, aldus minister Kamp. ‘Deze maatregel zorgt er voor dat ondernemers meer ruimte krijgen om te investeren in de economie. Dat zorgt voor inkomens en banen die we in deze moeilijke economische tijd goed kunnen gebruiken’.

Staatssecretaris Weekers: ‘Dankzij deze regeling voor willekeurige afschrijvingen kunnen bedrijven hun belastingafdracht in 2013 met een aantal jaren uitstellen. Daarmee krijgen ze extra liquiditeiten en een zetje om juist nu te investeren. Daar profiteren niet alleen deze ondernemers van, maar ook de Nederlandse economie als geheel.’

De regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijving gaat per 1 juli 2013 in en loopt tot eind dit jaar. Zowel bedrijven die vennootschapsbelasting als bedrijven die inkomstenbelasting betalen, kunnen er gebruik van maken. Bedrijfsinvesteringen die in de tweede helft van dit jaar worden gedaan kunnen eenmalig tot maximaal de helft willekeurig worden afgeschreven. Normaal is dat een lager percentage.

Willekeurig afschrijven betekent dat een ondernemer het eerste jaar zelf bepaalt hoeveel van de investering wordt afgetrokken van de belasting. Voorwaarde is dat de investering, bijvoorbeeld een machine, voor 1 januari 2016 in gebruik wordt genomen. Zo niet, dan wordt de willekeurige afschrijving teruggenomen. Uiteindelijk betaalt men evenveel belasting als zonder willekeurige afschrijvingen, maar de regeling levert het bedrijfsleven in 2013 en 2014 samen een liquiditeitsvoordeel van 400 miljoen euro op.

Bron: www.accountancynieuws.nl 28-06-2013

De Belastingdienst heeft aangekondigd een landelijk project te starten om btw-balansschulden te innen. In de praktijk blijkt bij veel ondernemingen een btw-schuld op de balans te staan, waarbij het niet alleen gaat om de laatste aangifte over het boekjaar maar veelal ook om een bedrag dat bij het samenstellen van de jaarrekening als alsnog verschuldigde btw naar voren is gekomen. Ondernemingen zijn veelal niet bekend met de wettelijke verplichting om dergelijke btw-bedragen via een zogenaamde ‘suppletieaangifte’ bij de Belastingdienst aan te geven. Nu de Belastingdienst heeft aangegeven binnenkort een landelijk project zal opstarten om deze balans-btw actief na te heffen, kunnen in voorkomende gevallen naast de naheffingsaanslagen ook boetes worden opgelegd. Wat te doen? Als ondernemers btw-schulden over voorgaande jaren nog zouden moeten aangeven, adviseren wij om zo snel mogelijk (maar in elk geval vóór 1 juni 2013) actie te ondernemen om een hoge boete te voorkomen. Ondernemers die over de afgelopen jaren nog recht op een teruggaaf van btw, kunnen deze ook terugvragen. Onze collega’s uit de BU Indirect Tax helpen daarbij graag en lichten e.e.a. ook graag toe.

Bron: Belastingdienst actueel, 7-5-2013, persbericht.

In 2013 zijn opnieuw fiscale investeringsfaciliteiten beschikbaar gekomen voor het bedrijfsleven. Om uw zaken fiscaal goed geregeld te hebben, kan het voor u van belang zijn om uw fiscale positie nu te onderzoeken. In dit nieuwsbericht hebben wij de belangrijkste fiscale tips voor u op een rij gezet over de ‘Research & Development Aftrek’ en het ‘willekeurig afschrijven’. Zo kunt u nagaan of u wel of geen actie moet ondernemen. Onze adviseurs helpen u daarbij graag verder.

Research & Development Aftrek

Gebruik de Research & Development Aftrek
Investeert u als ondernemer in speur- en ontwikkelingswerk (S&O)? Dan bestaat mogelijk recht op de Research & Development Aftrek (RDA). Voor 2013 bedraagt de RDA 54 procent van de som van de kosten en uitgaven - anders dan loonkosten - die direct toerekenbaar zijn aan door de ondernemer verricht S&O.

Willekeurig afschrijven

Maak gebruik van versneld of vertraagd afschrijven
Investeert u als ondernemer in een bedrijfsmiddel van meer dan 450 euro waarop kan worden afgeschreven? Door gebruik te maken van de mogelijkheden voor willekeurige afschrijving kan invloed worden uitgeoefend op de omvang van de fiscale winst in bepaalde jaren. Zowel versneld als vertraagd afschrijven behoort tot de mogelijkheden. Wel dienen bepaalde grenzen in acht te worden genomen.

Bron: RB 21 maart 2013

Vanaf 1 april 2013 mogen ondernemers die mobiele telefoons, spelconsoles, laptops, tablet-pcs, CPUs etc in Nederland verkopen, geen Nederlandse btw meer aan hun afnemers in rekening brengen voor zover deze afnemers ondernemers zijn en de totale waarde van de levering 10.000 of meer bedraagt. Vanaf die datum is op deze transacties de zogeheten verleggingsregeling van toepassing. Onder de verleggingsregeling moet de afnemer van de prestatie de verschuldigde btw in zijn btw-aangifte als verschuldigd opnemen. Hij kan deze btw in dezelfde aangifte in aftrek brengen, waarbij de normale regels gelden. Op de factuur voor deze transacties moet een verwijzing naar deze regeling worden opgenomen, zoals btw verlegd of reverse charge mechanism applies. Ondernemers hebben dus tot 1 april 2013 om hun systemen aan te passen.

Bron: RB 22 maart 2013

De Belastingdienst is een landelijk project gestart om zogenoemde balansschulden omzetbelasting te innen.

Hierbij wordt aangestuurd op een vrijwillige verbetering door middel van suppletieaangiften door ondernemers van hun balansschulden omzetbelasting voor de jaren tot en met 2012.

De Belastingdienst legt bij de naheffingsaanslagen slechts boetes op van maximaal 5%. Begin april 2013 start hierover een landelijke communicatiecampagne.

Bron: RB 22 maart 2013

Kuijpers & Partners is op zoek naar oproepkrachten!

Zie Organisatie - Vacatures

Staatssecretaris Weekers van Financiën verlaagt per 1 maart 2013 tijdelijk het btw-tarief voor renovatie en herstel van woningen ouder dan twee jaar. In tegenstelling tot de eerdere btw-verlaging in 2010-2011 valt dit keer ook het aanleggen en onderhouden van tuinen onder de verlaging. Het verlaagde btw-tarief geldt voor een periode van 1 maart 2013 tot 1 maart 2014.

Staatssecretaris Weekers: 'Met deze maatregel verwachten we mensen over de streep te trekken te investeren in huis en tuin. Bij de eerdere btw-verlaging waren in mijn ogen nog te veel zaken uitgesloten. Daarom wordt dit keer het verlaagde tarief ruimer toegepast.'

Het 6%-tarief is van toepassing op alle renovatie- en herstelwerkzaamheden in en aan een woning. Onder deze werkzaamheden wordt verstaan: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van (delen van) de woning en de aanleg en onderhoud van de tuin. Het verlaagde tarief is uitsluitend van toepassing op de arbeidskosten en niet op de gebruikte materialen.

In het besluit over het verlaagde BTW-tarief dat vandaag werd gepubliceerd wordt ook goedgekeurd dat het verlaagde tarief wordt toegepast op het ontwerpen en vervaardigen van bouwtekeningen door architecten en dergelijke ondernemers mits zij tevens de renovatie van de woning begeleiden.

28-2-2013

Bron: Accountancynieuws

Vrijdag 1 maart 2013 heeft de minister van Financiën de Tweede Kamer een reactie op de jongste CPB-ramingen van het economische en budgettaire beeld gestuurd.

Uit deze reactie blijkt dat voor 2013 geen extra bezuinigingen of lastenverzwaringen nodig zijn. Voorgesteld is om versnelde afschrijving op investeringen in 2013 mogelijk te maken, waardoor in 2013 direct 50% van de investering kan worden afgeschreven in plaats van maximaal 20%. Verder blijkt uit de reactie dat voor 2014 zeker extra budgettaire maatregelen moeten worden getroffen. Ook kondigt de minister hierin de volgende fiscale maatregelen voor 2014 aan:

- Bevriezen belastingschijven en heffingskortingen, derhalve geen inflatiecorrectie

- Eenmalig continueren werkgeversheffing voor hoge inkomens

Hoewel er geen bezuinigende maatregelen nodig zijn voor 2013, dient in 2013 toch al te worden stil gestaan bij de werkgeversheffing 2014. De werkgeversheffing 2014 heeft immers betrekking op het loon dat in 2013 al is genoten. De komende tijd wil het kabinet de economische situatie en de te volgen koers verder bespreken met de fracties in de Tweede Kamer en met de sociale partners. Dit kan leiden tot wijzigingen in de huidige plannen.

6-3-2013

Bron: RB

Hoewel er geen bezuinigende maatregelen nodig zijn voor 2013, dient in 2013 toch al te worden stil gestaan bij de werkgeversheffing 2014. De werkgeversheffing 2014 heeft immers betrekking op het loon dat in 2013 al is genoten.

De komende tijd wil het kabinet de economische situatie en de te volgen koers verder bespreken met de fracties in de Tweede Kamer en met de sociale partners. Dit kan leiden tot wijzigingen in de huidige plannen. Wij houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

6-3-2013

Bron: RB

Het kabinet heeft op 12 februari 2013 met D66, de ChristenUnie en de SGP een akkoord bereikt over de woningmarkt en de bouwsector. De momenteel beschikbare stukken zijn echter niet op alle punten even duidelijk. De belangrijkste maatregelen op fiscaal terrein zijn als volgt. Het 100%-aflossingsvereiste voor een eigenwoninglening wordt afgezwakt tot 50% voor zover het een tweede eigenwoninglening betreft. Deze tweede lening kan worden aangegaan tot een bedrag van 50% van de woningwaarde. De rente op deze lening is echter niet aftrekbaar. De looptijd van deze lening kan opgerekt worden van 30 tot 35 jaar. De btw voor verbouwingen en renovatiewerken in de bestaande bouw gaat per 1 maart 2013 voor 1 jaar omlaag naar 6%. Woningcorporaties hoeven over de jaren 2013 tot en met 2017 minder verhuurderheffing af te dragen. De huurstijgingspercentages van de per 1 juli 2013 (beoogde) in te voeren inkomensgerelateerde huurverhoging worden afgezwakt. Bij de inkomensgerelateerde huurverhoging bestaat de mogelijkheid tot huurverlaging bij inkomensdaling bijvoorbeeld in geval van ziekte of ontslag.

13-2-2013

Bron: PWC

Versobering van hypotheekrenteaftrek
Wilt u (extra) geld lenen om uw eigen woning te verbouwen of een nieuwe aan te schaffen? Dan kan het aantrekkelijk zijn om de lening al in 2012 aan te gaan. Vanaf 2013 is de rente over (nieuwe) eigenwoningschuld alleen nog maar aftrekbaar als de lening tenminste annuïtair wordt afgelost. Aan de aftrek zijn bepaalde voorwaarden verbonden.

Betaal belastingschulden voor de jaarwisseling

  • Moet u nog een belastingaanslag betalen? Het kan aantrekkelijk zijn om uw openstaande (definitieve) belastingaanslagen nog dit jaar te betalen. Nog niet betaalde belastingschulden mogen namelijk niet in box 3 in aftrek worden gebracht, met uitzondering van te betalen schenk- en erfbelasting.
  • Hebt u vóór 1 oktober 2012 schriftelijk verzocht om een (nadere) voorlopige aanslag en is deze niet vóór 31 december 2012 opgelegd waardoor u die niet voor het einde van 2012 kunt betalen? Dan mag u op 1 januari 2013 een bedrag ter grootte van de na 31 december 2012 opgelegde en betaalde belastingaanslag toch in aftrek brengen op de belaste bezittingen in box 3.

Aflossen lage box 3-schulden voor 2013 loont
Hebt u tot box 3 behorende schulden die in totaal minder bedragen dan het drempelbedrag van € 2.900 (voor partners in beginsel € 5.800)? Dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn deze vóór 1 januari 2013 zo veel mogelijk met eigen geld af te lossen.

Versnelde verliesneming
Heeft uw vennootschap in de belastingjaren 2009, 2010 en/of 2011 verliezen geleden en zijn de definitieve aanslagen nog niet opgelegd? Voor die jaren geldt een tijdelijke maatregel, waarbij u ervoor kunt kiezen om de termijn voor achterwaartse verliesverrekening te verlengen van één jaar naar drie jaar. Gevolg van deze keuze is overigens wel dat de termijn voor voorwaartse verliesverrekening wordt ingekort van negen naar zes jaar. Op elk extra verrekeningsjaar kunt u bovendien maximaal 10 miljoen euro aan verlies terugwentelen.

Is achterwaartse verliesverrekening niet mogelijk? In dat geval kan het voor u juist gunstiger zijn om het ontstaan van verliezen zo veel mogelijk te voorkomen en uit te stellen in verband met de beperkte voorwaartse verliescompensatietermijn van negen jaar. U bent daarbij wel gebonden aan de regels van goed koopmansgebruik.

Verliesverdamping
Beschikt uw vennootschap over fiscale verliezen en dreigen die te verdampen? Als hoofdregel geldt dat verliezen negen jaar voorwaarts verrekenbaar zijn. Na die termijn verdampen de verliezen. Meestal kan verliesverdamping worden voorkomen door tijdig maatregelen te treffen.

Eindejaarstips 2012 voor de btw-ondernemer

Privégebruik auto van de zaak
Had u of uw personeel (of andere relaties) in 2012 een auto van de zaak ter beschikking en is deze auto ook gebruikt voor privédoeleinden (inclusief woon-werkverkeer)? Dan moet u over dat privégebruik btw betalen. Dit kan bijvoorbeeld door 2,7 procent van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm, op aangifte te voldoen. Dit kan anders zijn als u een auto ter beschikking stelt die ouder dan vijf jaar is, als de gebruiker een sluitende kilometeradministratie bijhoudt of als u een eigen bijdrage voor het gebruik van de auto in rekening brengt. Wij raden u overigens aan om tijdig bezwaar te maken tegen de btw-correctie, omdat deze niet onomstreden is. Uw btw-adviseur kan u hierbij ondersteunen.

Eindejaarstips 2012 voor de werkgever en werknemer

Wijzigingen bijtelling auto van de zaak
Stelt u auto’s ter beschikking aan uw werknemers die zij ook mogen gebruiken voor privédoeleinden? Dan is het van belang om u te realiseren dat de CO2-uitstootgrenzen voor de verschillende bijtellingspercentages per 1 januari 2013 verder worden aangescherpt. Hierdoor vallen minder auto’s die vanaf 2013 ter beschikking worden gesteld in de verlaagde tarieven. Controleer daarom goed of de juiste grenzen worden aangehouden bij het verlonen van het privégebruik. Daarnaast bent u vanaf 1 januari 2013 premies werknemersverzekeringen verschuldigd over de bijtelling als gevolg van de uniformering van het loonbegrip. Deze premieheffing vindt alleen plaats voor zover het totale loon van de werknemer minder bedraagt dan het premiemaximum.

Bron: PwC

Datum: 30-11-2012

Voorkomen 16%-werkgeversheffing
Gaat u over 2012 een (gebruikelijk) loon ontvangen van meer dan 150.000 euro? Dan is het voor u aantrekkelijk te bekijken of dit kan worden verlaagd door bijvoorbeeld een eigen bijdrage voor de auto van de zaak of additionele pensioendotaties. Over het meerdere moet uw werkgever namelijk 16 procent belasting afdragen, bovenop de al ingehouden 52 procent loonbelasting. Deze regeling geldt ook voor dga’s die loon ontvangen van een bv waarin zij een aanmerkelijk belang houden.

Dividenduitkering voordeliger dan uitbetaling extra loon
Wilt u dit jaar aan uzelf nog extra loon uitbetalen? Zo ja, dan is de keuze voor een dividenduitkering een fiscaal aantrekkelijker alternatief. Over extra loon wordt in 2012 maximaal 52 procent inkomstenbelasting geheven, terwijl op een dividenduitkering ten laste van de lopende jaarwinst een gecombineerde inkomsten- en vennootschapsbelastingdruk van 40 tot 43,75 procent rust.

Aflossen of verkopen van in box 1 belaste vordering voordeliger na jaarwisseling
Overweegt u een in box 1 belaste vordering op uw eigen bv af te lossen of te verkopen? Let er dan op dat u de aflossing of de verkoop uitstelt tot na 1 januari 2013. Daarmee bespaart u een vol jaar box 3-heffing over het bedrag van de aflossing.

Renseigneringsplicht voor vanaf 2013 bij de eigen bv aangegane eigenwoningschuld
Overweegt u geld te lenen van uw bv voor de aanschaf of verbetering van uw eigen woning? Let dan op dat de rente op deze eigenwoningschuld vanaf 2013 alleen aftrekbaar is als u - naast de normale voorwaarden - de basisgegevens van deze lening aan de Belastingdienst doorgeeft.

Herfinanciering eigenwoningschuld bij de eigen bv
Bent u van plan uw bestaande eigenwoningschuld te herfinancieren bij uw eigen bv? Let dan op dat de rente vanaf 2013 - onder overigens gelijke omstandigheden - alleen aftrekbaar is als de hele lening of het hele leningsdeel wordt geherfinancierd.

Bron: PwC

Datum: 30-11-2012

Op 29 oktober 2012 hebben de VVD en de PvdA het regeerakkoord voor kabinet Rutte II gepresenteerd. Als beide partijen zich hiermee akkoord verklaren, ligt het regeerakkoord vast en kunnen de voorgenomen maatregelen tot uitvoering worden gebracht. Enkele belangrijke (fiscale) onderwerpen betreffen: verhoging van de AOW-leeftijd tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021, verhoging van de arbeidskorting met maximaal 500 per werkende per jaar in 2017, vermindering van het aantal kindregelingen van negen naar vier, geen aftrek pensioenpremie voor inkomens boven 100.000, invoering van een winstbox in 2015 met als doel meer gelijke fiscale behandeling tussen ondernemers en werknemers, verdwijnen van de zorgtoeslag, inkomensafhankelijk maken van de ziektekostenpremie en het bijbehorende eigen risico, invoering van digitaal procederen in het bestuursrecht, geleidelijke vermindering van de hypotheekrenteaftrek voor bestaande en nieuwe gevallen, niet invoeren van de kilometerheffing, toespitsing van het eurovignet op schonere vrachtwagens en afschaffen vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor oldtimers.

30-10-2012

Bron: PwC

Staatssecretaris Weekers heeft kenbaar gemaakt dat er gewerkt wordt aan een betalingsuitstelregeling voor de omzetbelasting en loonheffing specifiek voor kleine ondernemers. De regeling zal worden opgenomen in het belastingplan 2013. Op basis van de huidige wetgeving kan een ondernemer vrijwel nooit een betalingsregeling krijgen voor de afdracht van omzetbelasting en loonheffing. In een nieuwe regeling zou het mogelijk moeten worden hiervoor 3 maanden uitstel te krijgen. Daarbij zal wel een maximum gaan gelden; gedacht wordt aan bedragen tussen de € 10.000 en € 15.000.

14-09-2012

Bron: RB

Particulieren en ondernemers die na 1 september 2012 maar vr 1 januari 2015 hun woning of bedrijfspand hebben gekocht en binnen 36 maanden daarna deze weer doorverkopen, kunnen dit doen zonder dat de volgende koper de volle overdrachtsbelasting moet betalen. De koper is dan alleen nog overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van de onroerende zaak voor zover die de vorige verkoopprijs overstijgt, mits over de vorige verkoopprijs overdrachtsbelasting was verschuldigd of omzetbelasting die in het geheel niet in aftrek kon worden gebracht. Deze tijdelijke stimuleringsmaatregel zal bij wet worden geregeld in het Belastingplan 2013, maar bij Besluit geldt de regeling al vanaf 1 september 2012.

05-09-2012

Bron: PwC

Volgens het Europese Hof van Justitie kan de BTW-correctie zoals Nederland die tot 1 juli 2011 hanteerde voor privégebruik van de auto door de ondernemer zelf mogelijk onevenredig zijn. Daarmee zou deze regeling in strijd zijn met de BTW-richtlijn en ongeldig zijn. Dit meldt Deloitte naar aanleiding naar aanleiding van de recente uitspraak van het EU-Hof in de zaak Van Laarhoven tegen de staatssecretaris van Financiën.

Vanaf 2015 wordt het maximale aftrektarief van 52% met 2 procentpunt per jaar verlaagd tot in 2019 het maximale aftrektarief samenvalt met het derde-schijf tarief van 42%. Daarna gaat er gedurende 12 jaar elk jaar 1 procentpunt af van het maximale aftrektarief tot 30% is bereikt. Dat is het belangrijkste voorstel van een groep van 22 vooraanstaande economen voor de hervorming van de woningmarkt.

De werkloosheid in Nederland is toegenomen tot 6% van de beroepsbevolking (ongeveer 474.000 mensen). Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week bekend. Jurofoon en BNP Paribas Cardif hebben het afgelopen jaar ervaren dat werknemers niet goed weten wat hun rechten en plichten zijn rondom ontslag.

Daarom zetten zij de vijf ontslagthema's waarover de grootste misverstanden heersen op een rij.